Middagdienst
Doopdienst
08
feb2026
16:30
Ds. W.F. 't Hart
Liturgie:
Schriftlezing: Psalm 139: 1-6 & 13-18, tekst vers 14a
Thema: Wonderlijk gemaakt
1. Lichamelijk
2. Geestelijk
Zingen:
Psalm 139: 1, 7
Psalm 100: 2
Psalm 22: 16 (bij binnenbrengen dopelingen)
Psalm 134: 3 (bij toezingen)
Psalm 139: 8, 9, 10
Psalm 71: 12, 13
Psalm 75: 1
Na de zegen: Psalm 121: 1, 4
Vragen ter voorbereiding / overdenking / bespreking met elkaar in het gezin / bezinning
Voor de kinderen
- Wat zingt David in Psalm 139:14a over hoe God hem gemaakt heeft?
- Wat bedoelt David met “vreselijk” gemaakt?
- Waarom is het een wonder dat uit papa en mama een baby geboren kan worden?
- Wat doet God al in de buik van mama voordat een kindje geboren wordt?
- David zegt dat God hem “wonderbaarlijk gemaakt” heeft. Hoe kun je Hem daar vandaag voor bedanken?
- Waarom is het bijzonder dat God niet alleen je lichaam, maar ook je ziel (je hart en je gedachten) gemaakt heeft?
- Als je later groot bent, wat mag je God dan vragen over hoe Hij je gemaakt heeft en wat Hij met je leven wil?
- Hoe zorgen papa en mama tot die tijd ervoor dat je weet Wie de heere is?
Voor de jongeren en de ouderen
- Wat betekent het Hebreeuwse woord dat vertaald wordt met “vreselijk” of “wonderbaarlijk” in Psalm 139:14a?
- Waarom is Psalm 139:14 zo persoonlijk?
- De preek gebruikt het beeld van de timmerman die trots is op zijn werk. Wat is de lijn daarin naar de preek?
- Hoe verbindt de preek de wonderlijke vorming in de moederschoot met de doop van kinderen?
- David looft God omdat hij “wonderbaarlijk gemaakt” is. Waarom begint die verwondering vaak pas echt als je je eigen zondigheid en zwakheid leert kennen?
- Wat bedoelt de preek met “geestelijk borduurwerk” dat God doet?
- Hoe begint en groeit dat proces?
- Het doopformulier wordt genoemd als een wegwijzer om geestelijk tot God te gaan. Welke stappen noemt de preek concreet om dat te doen?
- Waarom zegt de preek dat God niet werkt “in stokken en blokken”, maar ons uitnodigt en verwacht dat we zelf komen?
- Hoe verandert de tekst “Ik loof U, omdat ik wonderbaarlijk gemaakt ben” als iemand tot geloof komt en genade ontvangt?
- De preek eindigt met de verwachting van de eeuwige heerlijkheid. Hoe zal het loflied van Psalm 139:14 daar helemaal volmaakt worden?